• Slider 1
  • Slide 2

Zoals reeds vermeld moeten de nodige bepalingen voor de handhaving van de internationale wetgeving worden opgenomen in de nationale wetgeving en aangevuld met nationale regels, omdat het onderwerpen betreft die onder de soevereiniteit van iedere lidstaat vallen. De lidstaten moeten er dus zelf voor zorgen dat overtredingen van de wet op een toepasselijke wijze worden gestraft. De Belgische situatie zal hieronder kort worden geschetst:

 

De bescherming en het welzijn der dieren

De wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn de dieren regelt in principe het houden van alle dieren. Enkele paragrafen van deze wet zijn echter specifiek van belang voor eigenaars van bijzondere dieren. Artikel 3 bis paragraaf 1 van die wet luidt: "het is verboden dieren te houden die niet behoren tot de soorten of categorieën vermeld op een door de Koning vastgestelde lijst. Deze lijst doet geen afbreuk aan de wetgeving betreffende de bescherming van bedreigde diersoorten."

In paragraaf 2 worden een paar uitzonderingen aangegeven waarbij het wel is toegelaten om dieren te houden die niet tot deze "positieflijst" behoren:
Voor particulieren komt het erop neer dat ze wel soorten mogen houden die niet op de vastgelegde lijst staan op voorwaarde dat ze:

  • Bewijzen kunnen voorleggen dat de dieren werden gehouden voor de inwerkingtreding van het artikel 3 bis bedoelde besluit. Dit bewijs moet niet worden voorgelegd voor nakomelingen van deze dieren, op voorwaarde dat ze zich bij de eerste eigenaar bevinden.
  • Erkend zijn door de Minister van landbouw, op advies van een comité van deskundigen.


Dierenartsen mogen dergelijke soorten enkel houden als het gaat over dieren van derden die ze tijdelijk bij zich hebben voor dierengeneeskundige verzorging. Voorlopig werd er enkel een positieflijst van zoogdieren vastgelegd en geldt er nog geen verbodsbepaling voor de overige taxa, waaronder de reptielen.

 

Milieuwetgeving

Omdat bijzondere dieren soms hinder kunnen veroorzaken voor buren of voor de omgeving en zo "milieuschadelijke factoren" kunnen zijn, moeten de eigenaars ervan zich in orde stellen met de VLAREM-wetgeving (Vlaamse Reglement voor de Milieuvergunning, vastgelegd bij Vlaams decreet op 6 februari 1991). Ze kunnen daarvoor terecht op de milieudienst van hun gemeente.

 

De situatie voor wat houden van reptielen betreft, is als volgt:
Iemand die één tot 30 dieren houdt die niet als giftig, gevaarlijk of potentieel gevaarlijk worden beschouwd, heeft een zogenaamde "meldingsplicht", wat overeenkomt met een milieuvergunning klasse 3. Deze kan worden bekomen bij het gemeentebestuur.

 

 

Een milieuvergunning klasse 2 is vereist bij het houden van alle dieren die door hun giftigheid, gedrag of agressiviteit een gevaar inhouden en dit vanaf één dier (dus dit slaat onder andere op gifslangen, krokodillen, schorpioenen). Ook wanneer een groter aantal dan 30 niet-giftige reptielen wordt gehouden is een milieuvergunning klasse 2 noodzakelijk. In sommige gemeenten worden enkele slangensoorten die een lengte van 4 meter overschrijden ook als potentieel gevaarlijk beschouwd. Het is namelijk zo dat de interpretatie van begrippen zoals (gevaarlijk en andere) ligt in handen van elke bevoegde gemeentelijke administratie. Deze kan verschillen van gemeente tot gemeente.


Voor deze dieren is dus ook een milieuvergunning klasse 2 nodig. Het gaat over de Boa  Constrictor ssp., de anaconda (Eunectes murinus), de tijgerpython (Python molurus bivittatus), de rotspython (Python sebae), de netpython (Python reticulatus) en de amethispython (Austroliasis amethistina).

 

 

Eigen fauna

Volgens het K.B. van 22/09/1980 zijn alle Belgische inheemse reptielensoorten beschermd. Dit houdt in dat noch de dieren mogen worden gestoord, noch hun biotopen mogen worden verstoord. Vanzelfsprekend is ook het vangen van inheemse reptielen verboden. Om de handel in bedreigde diersoorten beter te kunnen opvolgen, is een ondubbelzinnige identificatiemethode onontbeerlijk. Een uitstekend middel hiervoor is de ISO-microchips die ook bij honden, katten en andere huisdieren kunnen worden ingeplant. Sinds 1 januari 2002 moet elk dier dat behoort tot bijlage A van de Europese regelgeving op deze manier worden geïdentificeerd. Er stellen zich natuurlijk praktische en ethische problemen om deze microchips in te planten bij heel kleine dieren. Als toegeving worden er C.I.T.E.S.-documenten afgeleverd met een beperkte geldigheidsduur. Deze documenten zijn geldig tot de dieren de leeftijd en grootte hebben bereikt waarbij het inplanten van een microchip mogelijk is. Voorlopig kunnen species die ook als volwassen dier te klein zijn om een chip te implanteren niet ondubbelzinnig worden geïdentificeerd.

 

Identificatie van dieren

Een andere identificatiemogelijkheid bij sommige soorten is een foto van individuele kenmerken die levenslang behouden blijven. Daardoor kunnen species die ook als volwassen dier te klein zijn om een chip te implanteren (voorlopig) niet ondubbelzinnig worden geïdentificeerd.

Schildpadden te koop

 

Voor een actueel overzicht van de schildpadden die te koop worden aangeboden klikt u hier.


Wenst u onze schildpadden te bezichtigen en/of aan te kopen?

Neem dan gerust telefonisch contact op voor vrijblijvend bezoek of afspraak op:

0032 (0)475.76.93.10
of
0032 (0)495.10.08.65
(geen sms aub!)

email: [email protected]

 

Social




Contact

 

Kweekcentrum Europese Landschildpadden
Marc Maesschalck
Vijverstraat 12
9308 Hofstade - Aalst
België
0032 (0)475.76.93.10
of
0032 (0)495.10.08.65

email: [email protected]

Ondernemingsnummer:
BE 0866.760.425

Argenta Spaarbank (iban):
BE67 9730 2246 0887
BIC ARSPBE 22

 




Juridische kennisgeving / legal notice / préavis juridiquewebdesign by conversal